Voorwoord Anton Neggers – juni 2026

Noord-Brabant is de enige provincie in Nederland die geen officieel volkslied heeft. Een van de bekendste officieuze volksliederen is Toen de Hertog Jan kwam varen, een ode aan hertog Jan I van Brabant, gecomponeerd en gedicht door Floris van de Putt en Harrie Beex. Het lijkt qua tekst en melodie op een middeleeuws volksliedje, maar werd in werkelijkheid pas in 1947 geschreven.

Jan I was behalve hertog van Brabant ook dichter. In een van zijn bekendste gedichten komt de strofe Harba Lorifa voor, wat het refrein van het lied vormt. De betekenis van die woorden is niet duidelijk, maar mogelijk duiden ze op het Franse l’herbe fait des fleurs, wat het kruid staat in bloei betekent. Er wordt ook wel gedacht dat een erotische toespeling is. Volgens de overlevering deed Beex inspiratie op voor het lied toen hij op Sint-Jan de restauraties van de standbeelden van de hertogen van Brabant bezichtigde. Daarop slaat het laatste couplet van het lied:

Hij is in Den Bosch gekommen, al in de nacht en niemand zag’t.
En op de Sint Jan geklommen, daar ging hij staan op wacht!
Harba lorifa zong de Hertog, Harba lorifa.
En op de Sint Jan geklommen, daar staat hij dag en nacht!

In het lied reist hertog Jan in negen coupletten door het edel Brabants land, en doet daarbij Antwerpen, Turnhout, Valkenswaard en Sint-Oedenrode aan voordat hij via Oirschot de stad Den Bosch bereikt. Er valt historisch nogal wat op de tekst aan te merken. Zo heette Valkenswaard in de middeleeuwen Wedert, en kreeg het pas in de zestiende eeuw een bijnaam die refereerde aan de valkenjacht. Hertog Jan was toen al eeuwen dood.

Het zevende couplet van het lied refereert aan Oirschot. Het luidt als volgt:
Wij reden allemaal samen, op Oirschot aan door een kanidasselaan.
En Jan riep: In Gods name! Hier heb ik meer gestaan.
Harba lorifa zong de Hertog, Harba lorifa.
En Jan riep: In Gods name! Reikt mij mijn standaard aan!

Het is bekend dat Oirschot eeuwenlang bekend stond als een van de meest bosrijke plaatsen van de Meierij. Vandaar dat de klompenindustrie in Oirschot en Best tot grote bloei kwam. Kanidasselaan verwijst naar de Populus ×canadensis, de Canadese populier, een snelgroeiende boomsoort die in de 18e eeuw vanuit Noord-Amerika in Europa werd geïmporteerd. Als hertog Jan I, die leefde van 1252 tot 1294, in zijn leven op Oirschot aanreed, zal hij dus geen enkele kanidasseboom zijn tegengekomen. Het is overigens onbekend waarom de hertog zong: Hier heb ik meer gestaan!

Wat overblijft van het lied is het besef dat ook van de Putt en Beex het belang van Oirschot in de middeleeuwen onderkenden. En voor de rest is het een leuk verhaal.