Voorwoord Anton Neggers, juli 2026

Op 1 juli 2026 werd Ketikoti gevierd. Ketikoti (letterlijk: ketenen gebroken) is een van oorsprong Surinaamse feestdag waarbij de afschaffing van de slavernij wordt herdacht. Met de Emancipatiewet van 1 juli 1863 werden in de Nederlandse koloniën Suriname en de Antillen ruim 45.000 slaafgemaakten bevrijdt.

De slavernij was tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden een lucratief business model. Schepen van de West-Indische Compagnie (WIC) voeren met handelswaar naar voornamelijk West-Afrika, waar ze bij de plaatselijke machthebbers goederen ruilden tegen mensen, die vervolgens naar West-Indië (Suriname en de Antillen) werden vervoerd en als slaaf verkocht. Met specerijen en andere lokale producten voeren dezelfde schepen weer terug naar Nederland. Ook in Oost-Indië was slavernij een geaccepteerd gegeven. In de Republiek zelf was slavernij verboden. Een meegebrachte slaaf was na een verblijf van een half jaar in Nederland van rechtswege vrij, ofschoon dat vanwege hun (economische) afhankelijkheid van hun meesters in de praktijk weinig verschil zal hebben gemaakt.

Oirschot had weinig of niets van doen met de slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw. Toch is er tenminste één geregistreerde slaaf in Oirschot bekend. Zijn naam is Adam Matand, hij komt uit Oost-Indië en arriveert met zijn meester Samuel Elsevier en zijn gezin in 1691 in Oirschot. Samuel is de zoon van Abraham Elsevier, de ontvanger van de Verpondingen in het kwartier Kempenland, die in Oirschot woont. Samuel dient als VOC-ambtenaar op Ceylon, en in Madurai aan de kust van India voordat hij zich met attestatie uit Indië in Oirschot vestigt. De herkomst van de slaaf moet dus ruim worden geïnterpreteerd: het is waarschijnlijker dat hij uit India of Ceylon komt, dan uit het huidige Indonesië. Volgens het lidmatenboek van de protestantse gemeente in Oirschot wordt de Oostindische Slaef van de hr. Samuel Elsevier op 16 december 1693 als lidmaat aangenomen nadat in de kerckenkaemer sijn putlijcke belijdenisse gedaen hadde, en op 20 december daaropvolgend gedoopt. Het is goed mogelijk dat hij bij die gelegenheid zijn naam heeft gekregen, misschien wel op stichtelijke suggestie van de predikant: Adam, eersteling van zijn volk.

In 1694 vertrekt Adam vanuit Oirschot naar ’s-Gravenhage, mogelijk met zijn voormalige meester, die van 1697 tot 1707 de sekunde (tweede in bevel) is van Kaap de Goede Hoop. Hij heeft de reputatie van “fraudulerende, hooghartige en hebzuchtige VOC ambtenaar zonder enige scrupules en deskundigheid”.

Of Adam Matand met hem is meegereisd is niet bekend: van hem ontbreekt verder ieder spoor. Wat we weten is dat hij tussen 1691 en 1694 in Oirschot heeft gewoond. Dat zal best wel wat bekijks hebben opgeleverd.

Anton Neggers,
Voorzitter