Op 19 februari verzorgt Peter van Overbruggen de lezing bij De Beurs in Oirschot.
Ruim de helft van zijn leven heeft Vincent van Gogh in Noord-Brabant gewoond en gewerkt. Hij groeide er op, volgde er zijn opleiding en worstelde er met zijn kunstenaarschap. Toen hij eind 1885 zijn Brabantse geboortegrond verliet, zou hij er nooit meer terugkeren. Maar in zijn Franse periode zou hij nog vaak met weemoed aan Brabant terugdenken.
We volgen het verhaal van Vincent van Gogh vanuit zijn geboortedorp Zundert via Steenbergen, Tilburg en langs vele andere locaties. Oirschot heeft hij niet aangedaan, maar uiteindelijk komt hij wel in Nuenen terecht, zijn laatste Brabantse woonplek. Daar maakt hij in twee jaar tijd een kwart van zijn totale werk als kunstenaar. Nuenen was toen een dorp van zo’n 2500 inwoners en grotendeels vergelijkbaar met het landelijke Oirschot. Museum De Vier Quartieren geeft momenteel een goed beeld van die periode. Er was armoede in de gezinnen die voornamelijk van landbouw en wat veeteelt leefden. In Nuenen woonden ook veel wevers, die in de winter een beetje konden bijverdienen met het zware en eentonige werk achter het weefgetouw. Vincent kwam er graag.
De grootvader van moederszijde van de spreker, Antoon de Kroon, als brouwerszoon in 1874 in Oirschot geboren, heeft nog een deel van die tijd meegemaakt. Aan de hand van enkele familiegebeurtenissen en foto’s roept de spreker de sfeer uit het verleden op.
Over de spreker:
Drs. Peter van Overbruggen, neerlandicus-historicus-heemkundige, oud-conrector en plaatsvervangend rector van het Augustinianum in Eindhoven, is commissielid wisseltentoonstellingen Van Gogh Village Museum Nuenen, voorzitter Kunstfonds Vincent van Gogh Nuenen en bestuurslid Stichting Knippenbergprijs (Brabants Heem). Hij is auteur van diverse publicaties over Van Gogh en in het tijdschrift van de erfgoedvereniging De Drijehornick van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.
De lezing vindt plaats bij De Beurs, Odulphusstraat 7, Oirschot. Aanvang 20.00 uur. Voor leden is de lezing gratis; niet-leden betalen € 5 p.p.
